Wandelroute 3. It Langpaed

Afstand: 4,5 km
Duur: 1 uur
Ondergrond: 2,5 km van de route gaat over zandpaden. km
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan
Geopend: januari t/m december

Bijzondere historische info
Het Langpaed waarover u wandelt is aangelegd in 1833. Daarvoor was er ook een pad, maar dat lag noordelijker. Het ‘nieuwe’ pad is met zijn 2280 meter langer dan het oorspronkelijke. Het loopt geheel over grondbezit van de Hervormde kerk van Surhuizum. Het pad deed dienst als kerkpad. Daarnaast werd het gebruikt door de kinderen van Buwetille, ter hoogte van het tegenwoordige Harkema en de Harkemasterheide, die naar Surhuizum gingen. Het pad had geen goede naam. Het zou er, volgens de verhalen, spoken.

Surhuizum
Surhuizum was ooit het grootste dorp van de grietenij Achtkarspelen. Al het veen en land ten zuiden van Augustinusga behoorde bij dit dorp. De eerste kerk van het dorp werd door Spaanse troepen in 1594 in brand gestoken. Tussen 1614 en 1617 werd de kerk herbouwd. De opvallende toren is al veel ouder. Die moet omstreeks 1300 zijn gebouwd.

 

Landschapskarakteristiek
De wandeling voert u door een langgerekt, rechthoekig verkaveld landschap. In de noordelijke en zuidelijke wouden sloten de ontginners van het veen zich aan bij de natuurlijke waterlopen. De ontginners bij Surhuizum richtten zich op de Lauwers. Surhuizum, maar ook Lutkepost, Kootstertille en Augustinusga lagen vroeger waarschijnlijk dichter bij de Lauwers en de Oude Ried dan tegenwoordig. Door de daling van het maaiveld waren de bewoners genoodzaakt hun dorpen geleidelijk verder landinwaarts te verplaatsen. Meestal kwamen zij uit op een plek waar onder het hoogveen een droge, stevige zandbodem lag.

Begin- en eindpunt
U begint uw wandeling even buiten Rodeschuur (Reaskuorre) op de Feartswâl bij route knooppuntbord 57. De route leidt u in noordoostelijke richting, via het Langpaed, naar Surhuizum. U loopt door het dorp en vervolgt uw route over de Koaisreed tot aan het knooppuntbord. Wanneer u de wandeling in tegenovergestelde richting aflegt, kunt u uw pad in Rodeschuur vervolgen via de Feansterfeart (route 36). U komt dan uit in Surhuisterveen.

Reaskuorre
Rodeschuur (ook wel Roodeschuur) is vrijwel direct na de aanleg van de Nieuwe Surhuisterveenstervaart in 1649 ontstaan. In de vaart werd een sluisje aangelegd voor de waterbeheersing. Hier moesten de turfschippers worden geschut. Bij dit verlaat werd al snel een herberg gebouwd, die ook dienstdeed als sluiswachterhuis en winkeltje. Toen de verveningscompagnie in 1874 werd opgeheven, werden sluis en herberg opgenomen in het waterschap Surhuisterveen. Die verhuurde ze in 1877 onder aan een Klaas Postma en zijn vrouw Aukje Dekker. Hun kinderen zetten hun werk voort, maar inmiddels wel in een nieuw café. In 1881 werden een nieuwe sluis en herberg gebouwd. De eerste werd in 1901 nog een keer gerenoveerd en verbeterd. In 1970 verviel de sluis en werd er een dam aangelegd.

It Langpaed
Behalve door kinderen en kerkgangers, werd het Langpaed waarschijnlijk ook gebruikt als lijkpad. Buurtbewoners maakten er ’s nachts niet graag gebruik van, getuige een aantal streekverhalen. Het zou er spoken. Zo werd ene Jehannes Laanstra er met fiets en al over de sloot gezet. Ook een dominee en ouderling stuitten op de terugweg van een aantal huisbezoeken op een vreemde verschijning. De ouderling had de dominee al gewaarschuwd dat ze ofwel het laatste bezoek moesten laten schieten ofwel een andere weg dan het Langepaed moesten nemen. Maar daar wilde de dominee niet aan. Ze waren net halverwege, toen er een witte gedaante opdook. Ze stopten en de gedaante verdween. Dit herhaalde zich twee maal. De derde keer bleef de gedaante echter staan. De mannen bleven als aan de grond genageld staan. De dominee verloor in dit angstige uur zijn geloof in het goede niet en gebood de witte gestalte in ’s Heren naam van hen weg te vliegen. Daaraan kon het spook geen weerstand bieden.

Surhuizum
De grote, gemetselde toren uit omstreeks 1300 wijst erop de Surhuizum, of Suyderhuizen zoals het dorp vroeger heette, in de Middeleeuwen vrijwel zeker een handelscentrum van formaat is geweest. De toren was waarschijnlijk multifunctioneel en diende zowel als uitkijkpost over land en zee, als baken voor hen die op zee waren en als teken van de macht van de kerk aan het achterland.


De toren valt op door zijn formaat en bouw. Maar ook opmerkelijk is dat hij net niet tegen de kerk aan staat. Tegenwoordig overbrugt een loopbrug de ruimte tussen de twee gebouwen. De buurtbewoners verklaren deze ruimte met een volksverhaal. Het was een ongelukje. Er was namelijk eens een reus die als lappenkoopman door Groningen en Friesland reisde. Zijn enorme zeildoeken, waarvan er slechts twee nodig waren om een volledig schip mee op te tuigen, droeg hij als een pak zo groot als een boerenschuur op zijn rug. Ook voor een reus was dat best zwaar. Na een dag handelen in Groningen besloot hij daarom op de terugweg naar huis even rust te houden bij Surhuizum. Het pak zette hij zolang aan zijn wandelstok tegen de toren van de kerk. Na een wijl hervatte de reus zijn reis. Hij pakte het pak en zette het weer op zijn rug. Daarbij tilde hij echter per ongeluk ook de toren op. Onmiddellijk zette hij de toren weer op de grond, maar dat ging met zijn handen niet erg nauwkeurig. Zonder er erg in te hebben, plaatste hij de toren een klein stukje van de kerk.