Wandelroute 9. Stroobos Buitenpost

Afstand: 10 km
Duur: 2 uur
Ondergrond: 1 kilometer van de route loopt over onverharde paden. De overige routeafstand gaat over verharde paden en wegen. km
Honden: Op particulier terrein zijn geen honden toegestaan.
Geopend: januari t/m december

Bijzondere historische info
Buitenpost heeft ooit een Huis van Bewaring gehad, een cel onderin de kerktoren. Dat was vroeger de gebruikelijke plaats om verdachten op te sluiten. “Iemand onder de toren zetten” betekende toen hetzelfde als een nachtje in de cel doorbrengen op het politiebureau nu. Veel kerktorens beschikten over zo'n primitieve cel, die hûnegat (hondengat) werd genoemd. In Buitenpost kreeg het hûnegat in het midden van de 19de eeuw de status van Huis van Bewaring. Het was daarmee een deftig hûnegat.

Omdat Buitenpost ongeveer halverwege Leeuwarden en Groningen ligt en er nogal wat vervoer van veroordeelden was tussen deze steden, was Buitenpost een geschikte plaats om te overnachten. In 1849 wordt in de literatuur hierover voor het eerst een gevangene bij naam genoemd: Berend Geerts Dodden. Hij was veroordeeld tot zes jaar tuchthuisstraf voor 'aanranding der eerbaarheid eener vrouw met geweld gepleegd'. Berend was op doorreis naar Leeuwarden. Omdat de reis niet in één dag kon worden gemaakt, verbleef hij in het Huis van Bewaring in Buitenpost. De oude cel is open voor bezichtiging.

Landschapskarakteristiek

De wandeling begint in een landschap vol elzensingels, die langs de sloten in het landschap verschijnen. Nadat u de Stroobosser Trekvaart bent gepasseerd, verandert de omgeving in een polderlandschap. De bodem daalt. U wandelt dus van hoog naar laag.

In de Polder Rohel ligt het Mem Wedmanpaed. Dit is een laarzenpad van circa 2 kilometer door een terrein met allemaal herstelde veenputjes. In de ene staat ondiep water, in de andere groeien bijzondere plantensoorten, zoals Grote boterbloem en de Holpijp. Deze plant groeit alleen op plaatsen waar kwel voorkomt. De naam van het pad verwijst naar een vrouw, Mem Wedman. Zij heeft zich jarenlang als vrijwilligster voor Staatsbosbeheer ingezet. Op 89-jarige leeftijd kreeg zij het pad aangeboden.

Begin- en eindpunt
De wandeling begint ten zuiden van Stroobos, bij het routeknooppuntbord. Langs de Oude Vaart en over de Heawei wandelt u naar het buurtschap Blauwverlaat. U steekt het Prinses Margriet Kanaal over en u volgt het kanaal enkele tientallen meters in westelijke richting. Een onverhard pad leidt u door de Polder Rohel richting het noordelijker gelegen pad De Tjoele. Aan het einde van dit pad gaat u door de polder richting Buitenpost, uw eindbestemming.

Stroobos
Stroobos is deel van het tweelingdorp Gerkesklooster-Stroobos. De dorpen vormen een aaneengesloten geheel. Tot 1993 werd het dorp Stroobos doorsneden door de grens met de gemeente Grootegast, die tegelijk ook de grens met de provincie Groningen vormde. Omdat dit allerlei praktische bezwaren gaf, is het Groningse deel van Stroobos naar Achtkarspelen overgegaan. De ligging aan het Prinses Margrietkanaal/Van Starkenborghkanaal was van groot belang voor de dorpen. De industrie kreeg hierdoor al vroeg een kans en er vestigden zich grote bedrijven in het tweelingdorp. De naam zou voor het eerst zijn gebruikt in 1655, toen het Hoendiep werd gegraven en zou verwijzen naar onderkomens van stro voor de arbeiders die het kanaal groeven.

Gerkesklooster

In Gerkesklooster lag aanvankelijk de nederzetting Wigerathorp. De grootgrondbezitter Gercke Harkema uit Twijzel liet er in 1240 door monniken vanuit het klooster Klaarkamp te Rinsumageest een klooster stichten, Jeruzalem, dat in 1249 in de Cisterciënzer kloosterorde werd opgenomen. Het klooster werd in de wandeling Gerckes' klooster genoemd. Die naam ging over op de nederzetting. Toen Friesland in 1580 overging naar het protestantisme werd het klooster op last van de Friese State afgebroken. Alleen de brouwerij bleef staan. Deze is in 1629 in gebruik genomen als kerkgebouw.

Kerk Gerkesklooster

Naast het klooster was een kerk, die onmiddellijk aan het hoofdgebouw stond. Door deze kerk werd de nederzetting één van de acht kerspelen, kerkdorpen. In de toren van deze kerk hing een klok. Deze klok bestaat nog steeds. Niet meer in Gerkesklooster, maar in Denemarken. Waarschijnlijk hebben de watergeuzen de klok omstreeks 1571 geroofd en naar Denemarken doorverkocht. De klok is daardoor nu te vinden in het dorp Gadstrup op Seeland.




Monument
Naast het monument bij Wigerathorp te Gerkesklooster is ook een monument te vinden op de voormalige provinciegrens te Stroobos. Dit tweede monument stelt de verbondenheid van de twee dorpen voor. Het beeld is geplaatst waar vroeger de sluis zat in de oude Trekvaart van Groningen naar Dokkum en Lemmer. Ten westen van deze sluis lag toentertijd een brug die de noordelijke en zuidelijke oever van Stroobos met elkaar verbond.



Zuivelfabriek Welgelegen
Omdat vroeger veel vervoer over het water plaatsvond, werd op het kruispunt van het Prinses Margrietkanaal, de Dokkummertrekweg en het riviertje De Lauwers rond 1900 de zuivelfabriek Welgelegen opgericht. Het bleek al snel een goed lopend bedrijf te zijn, want in vijf jaar tijd was de hoeveelheid ontvangen melk al verdubbeld.

Na 1950 is de melktoevoer opzienbarend geweest. Dat kwam deels door de voortdurend groeiende leverantie per bedrijf, de noodgedwongen sluiting van vele particuliere zuivelfabrieken in de omgeving en de fusie met zuivelfabriek Grijpskerk en De Opdracht uit Opeinde. Door de fusie met Grijpskerk werd de naam van de fabriek gewijzigd in Twee Provinciën. Tegenwoordig draagt het de naam Frico Cheese en behoort de plaatselijke zuivelindustrie na de vele uitbreidingen tot een van de twee grootste van Friesland.

Polder Rohel
In de Woudmaden, nu de Polder Rohel, werden vanaf het begin van de 19de eeuw langzaam de lage (klei- en) veengronden ontgonnen. De drogere delen waren toen al hooilanden. Door de ontginning ontstond de streek Rohel. Staatsbosbeheer probeert in deze polder nu het oude landschap terug te halen. Om kwel en daarna de verlandig te laten ontstaan, heeft Staatsbosbeheer in diverse percelen ondiepe petgaten gegraven. Het is daardoor een ideale plek voor kikkers.

De Tjoele
Een van de eerste gegevens over bewoning in de Polder Rohel zijn duidelijk verbonden met een hoeve, de Tjoelepleats. Een rijke en zelfstandige boerderij, niet behorende bij kerk of klooster, duikt al vanaf 1570 op in de geschriften en is en blijft eeuwenlang verbonden met het onderhoud van dijk en (loop)bruggen van en naar Augustinusga en Lutkepost. De Tjoelepleats bestond waarschijnlijk al in 1511. Bij de verkoop van de Tjoeleplaats in 1699 werd het voetpad tussen Stynsgea en Lytsepost, dat oostelijk van de Tjoelepleats loopt, aangeduid als het Langpad. Dit zogenaamde 'stienen fuotpaad' ligt er al vanaf tenminste 1543.

Tussen 1699 en 1905 werd de boerderij door de familie Tjoelker bewoond. De naam Tjole komt waarschijnlijk van het oude Friese woord tyole, dat duidt op land dat in een register werd bijgehouden. De Tjoelepleats lag op een van de drie hoogste percelen in de omgeving, namelijk op de meest zuidoostelijk, 2.0 meter boven NAP. Op de kadastrale kaart van rond 1850 is aangegeven dat de hoeve een U-vormige gracht bezat. Op een kleinere westelijk gelegen hoger perceel wordt in de aankondigingstukken bij de verkoop in februari 1855 ‘It Ald Tsjerkhof’ genoemd. Hoe het perceel aan deze naam komt, is onduidelijk. Er is geen enkel bewijs te vinden dat er kerk of kerkhof heeft gestaan.

Buitenpost
Buitenpost dankt zijn naam aan het feit dat Friezen hier in hun oorlogen tegen de Groningers hun buitenste (wacht) post hadden, een soort voorpost van de kleine wachtpost in Lutjepost (kleine post). Een andere verklaring is dat de naam is ontleend aan een post (een voetbrugje) over het Oud Diep. Dit is een sloot die het voetpad kruiste van Augustinusga naar het noorden. Buitenpost en Lutjepost waren als het ware twee bolwerken tegen de opdringerige Groningers. Lutje(lytse)post was tot 1945 een zelfstandig dorp in Achtkarspelen. Nu vormt het één geheel met Buitenpost.

In de 'Tegenwoordige staat van Friesland', een vierdelige beschrijving van Friesland uit 1786, wordt Buitenpost getypeerd als 'het schoonste, en, wat de kerkbuurt betreft, verre het grootste en vermogendste dorp van de grieternij (gemeente) Achtkarspelen. “Met veele fraaie huizen bebouwd”. Hoewel deze beschrijving nu niet meer klopt, Surhuisterveen is de hoofdplaats van de gemeente in grootte voorbijgestreefd, is Buitenpost als 'residentie' nog altijd het toonaangevende bestuurscentrum van de gemeente in oostelijk Friesland.