Wandelroute 10. 't Fean Muntsegroppe

Afstand: 10 km
Duur: 2 uur
Ondergrond: 2,5 kilometer van route loopt over onverharde paden. De overige kilometer wandelt u over verharde paden en wegen. km
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan
Geopend: januari t/m december

Bijzondere historische informatie
Het dorp Surhuisterveen is omstreeks 1600 ontstaan als nederzetting van turfgravers en turfschippers op het uitgestrekte dorpsgebied van Surhuizum. De naam van het dorp verwijst hiernaar: de venen van Surhuizum. De bebouwing in het dorp ontstond langs de Feanstervaart, een dwarsvaart van de Compagnonsvaart stond. Na de turfgravers en –schippers volgden ambachtslieden en neringdoenden, die zich ook aan beide kanten van de vaart vestigden. In 1685 werd de eerste kerk gesticht, waarmee Surhuisterveen zich feitelijk losmaakte van Surhuizum. In 1934-35 werd de vaart in het dorp in fasen gedempt, waarmee het zijn karakter als veenkolonie verloor.

Mûntsegroppe.
Groppe is Fries voor greppel, maar of door de Mûntsegroppe’ ooit water stroomde is onduidelijk. Ook de ‘Monnikengreppel’ herinnert aan de turfwinning in deze streek. Tot begin zestiende eeuw markeerde de greppel van Harkema naar Rottevalle de grens van het land van het Buweklooster. Dit land ging in 1517 over in particuliere handen, evenals de turfwinning. Die kwam in het midden van de zestiende eeuw in een stroomversnelling door de grote vraag naar turf vanuit Holland. Rijke ondernemers kochten flinke stukken veenmoeras om te exploiteren. Eind zeventiende eeuw was het meeste hoogveen afgegraven. De ondernemers die rijk waren geworden van de turf verlieten de heide, een deel van de werkloos geworden arbeiders bleef achter.

Landschapskarakteristiek:
Deze route leidt u door de kleinschallige, sfeerrijke Friese Wouden dat door de vervening gevormd is. Klooster is de buurt hadden veel invloed op de Friese dorpsomgevingen. Kloosters hadden grote invloed op de vorming van dit landschap. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog ging Friesland over van het katholicisme naar het protestantisme. De kloosters werden in 1580 opgeheven. De bezittingen vervielen aan de Staten van Friesland, die ook de kloostervenen overnamen. Rond 1640 deden zij die uit geldnood weer van de hand. Het ruitenpatroon van verschillende kavelblokken tussen Surhuisterveen en Drachten weerspiegelt de ligging van de zeventiende-eeuwse veenconcessies.

Begin- en eindpunt
De route begint in het Zuidwesten van Surhuisterveen, bij het routeknooppuntbord. U wandelt via Boelenslaan naar het begin van de Mûntsegroppe. Hier kunt u uw wandeling vervolgen via route 11, die u over de Mûntsegroppe van Drogeham naar Rottevalle voert. Loopt u de wandeling in omgekeerde richting, dan kunt u in Surhuisterveen via route 8 verder wandelen naar Visvliet.

Surhuisterveen
Surhuisterveen is verbonden met de mennonieten. De eerste doopsgezinden kwamen in 1570 in het dorp. Omdat de doopsgezinde kerk niet werd erkend, vestigden de volgelingen van Menno Simons zich veelal in afgelegen gebieden, zoals de veengebieden. In de beginjaren van het dorp was een kwart tot een derde van de ‘Feansters’ doopsgezind. De plaats van de eerste vermaning is niet bekend. In 1685 werd de tweede vermaning gebouwd, tegenover de huidige kerk. In 1685 werd de tweede vermaning gebouwd, tegenover de huidige kerk.


De Vermaning in Surhuisterveen met aan de rechterzijde de consistorie

Eén van de eerste bekende predikanten van de gemeente was Gabbe Paulus, hij stierf in 1643. Latere predikanten, zoals de socialistische Dirk Pekelharing die van 1864 tot 1908 voorganger was, hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbetering van Surhuisterveen. Vrouwen hadden bij de mennonieten al vroeg invloed. In 1890 kregen zij actief en passief kiesrecht. In 1917 kwamen er in Surhuisterveen drie zusters in de beroepingscommissie. In 1934 had de gemeente zelfs al een vrouwelijke predikant, da. Soutendijk.

Van 1720 tot 1729 telde Surhuisterveen ook een groep Duitse doopsgezinden die uit het Zuiden van Duitsland waren gevlucht vanwege de vervolgingen aldaar. Zij lieten zich dopen in een poel in Kortwoude. Van hun verblijf is niet veel bekend. In 1729 emigreerden zij naar Pensylvanië in de Verenigde Staten, waar ze de Church of Brethren stichtten.

Kommiezenbos
Het Kommiezenbos is vernoemd is naar de commiezen (douaniers) die aan de grens stonden. Smokkelaars probeerden stiekem de Fries-Groningse grens over te steken met bijvoorbeeld koffie, tabak of alcohol. Commiezen probeerden de smokkelaars te pakken te krijgen.

Boelenslaan
Langs de kaarsrechte Boelenswei, vroeger Heidelaan genoemd, ontstond het jonge heidedorp Boelenslaan ontstaan. Tot 1900 was de Boelenswei een zandreed, die de heide ontsloot. Het pas was genoemd naar de familie Boelens, waarvan leden in de 17de eeuw deel uitmaakten van het ‘gemeentebestuur’ van Achtkarspelen. Zij leverde secretarissen en maar liefst drie grietmannen. Waarschijnlijk had de familie ook belangen in de vervening.

Tot de stichting van de kerk halverwege de 19de eeuw, bestond het ‘dorp’ uit spitketen (plaggenhutten), heidehutten en zelfs holen, waarin vaak grote gezinnen woonden. Werk was er nauwelijks, de kindersterfte was groot en de bewoners waren vaak afhankelijk van de karige bedeling van de kerken. Boelenslaan leverde begin vorige eeuw dan ook een aantal voorvechters voor het socialisme. Aan het Volksgebouw in het dorp zijn namen verbonden als die van Piter Jelles Troelstra, Herman Gorter en ds. Kijlstra. De eerste beschreef in zijn Gedenkschriften de vergadering waarin tot de bouw van het Voksgebouw werd besloten. Het geld voor het ‘Huis op de Heide’, dat een jaar na deze vergadering in 1899 werd geopend, werd voor het grootste deel bijeengebracht door vermogende SDAP-leden.

In 1915 werd het echter al weer afgebroken. De socialisten in Boelenslaan moesten het tot 1933 zonder verenigingsgebouw stellen. Durk Pultrum, gemeenteraadslid voor de SDAP en voorzitter van de plaatselijke afdeling nam in dat jaar het initiatief voor de stichting van een nieuw volksgebouw. De leden van de SDAP zorgden voor de fundering. Het benodigde geld werd bijeengebracht door de verkoop van loten. Het nieuwe gebouw werd in de oorlog gevorderd door de Duitsers. Na de oorlog kwam het in handen van de PvdA en kreeg het steeds meer de functie van dorpscafé. Maar de PvdA bleef eigenaar. Daarmee was de partij-afdeling van Boelenslaan één van de weinige in Nederland met een eigen gebouw. Pas in 2006 is het verkocht. De opbrengsten gingen naar een voor de bevordering van de leefbaarheid op het platteland in het noorden en in het bijzonder in boelenslaan, genoemd naar Durk Pultrum.

Durk Pultrum
Durk Pultrum heeft veel voor Boelenslaan betekend. Dat hij een echte socialist was, bewijst het verhaal dat hij jarenlang een rode doodskist op zolder had staan. Deze was gemaakt door de plaatselijke timmerman Jelle Dam, tegenwoordig bekend van zijn jeugdherinneringen waarin hij de bittere armoede waarin hij opgroeide beschreef. De doodskist werd na Pultrums overlijden in 1959 in opdracht van de familie zwart geverfd.