Wandelroute 33. Nijlân - Dokkum

Afstand: 12,4 km
Duur: ± 2,5 uur
Ondergrond: Het 2,7 km lange graspad, de Nijlandsreed tussen Nijlân en Ald Terp is onverhard. De overige kilometers van de routes gaan over verharde wegen en paden.
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan.
Geopend: januari t/m januari
Streekverhalen: open pagina
Kaart: open kaart
Gps: geen gps route beschikbaar
printen: printversie

Malle graaf

Bijzondere historische info
De route begint in Nijlân, tegen de Engwierumer polder aan. U neemt de Nijlansreed naar Ald Terp, een niet bijzonder hoge, maar wel uitgestrekte en vrijwel onbebouwde terp. Uit oude kaarten blijkt dat de bebouwing nooit meer dan uit enkele huisjes heeft bestaan. De terp is maar beperkt afgegraven, wellicht door het ontbreken van een opvaart, waarlangs de terpaarde gewoonlijk werd afgevoerd.

Het volgende gehucht dat u tegenkomt is Tibma, dat als Tippencheim in de tweede helft van de achtste eeuw in de Fuldalijst voorkomt. Tibma ligt samen met de buurschappen Dijkshorne, Midhúzen, Lyts Midhúzen en Brânbuorren rond Ee. Vanuit Tibma liepen bestrate voet- of kerkepaden naar Ee. Deze paden werden gebruikt om in het centrumdorp boodschappen te doen en ter kerke te gaan.

Ee moet al hebben bestaan voor het jaar 900, want in 1980 zijn er aardewerkresten gevonden daterend uit die tijd. De romaans-gotische kerk Hervormde kerk in het dorp is rond 1250 gebouwd, de toren en voorgevel stammen uit de negentiende eeuw. Het klinkerstraatje om de kerk, de ‘Omgong’ herinnert aan de gewoonte om tijdens begrafenissen driemaal om de kerk te lopen om de duivel te misleiden. In en rond Ee staan verschillende oude kop-hals-romp- en stelpboerderijen. Zo vindt u naast de Omgong de Uniasate, een kop-hals-rompboerderij uit 1815, die fraaie pilasters in de achtermuur van het bedrijfsgedeelte heeft.


(Hervormde kerk - Ee)

Aan de Foeke Sjoerdstrjitte in het hart van het dorp bevindt zich het enige vlasbewerkingsmuseum van Nederland, ‘It Braakhok’. In dit pand werd tot 1900 op traditionele wijze vlas tot linnen verwerkt. Tegenwoordig demonstreren inwoners van Ee bezoeker hoe de antieke gereedschappen werden gebruikt, waaronder repelbanken, beukers, gaffels en een oude weegschaal. Met wat geluk wordt u tijdens de rondleiding langs de verschillende bewerkingsstadia van het procédé ook nog vergast op enkele fraaie dorpsanekdotes.


(vlasbewerkingsmuseum 'it Braakhok')

U volgt het jaagpad tot het bolwerk van Dokkum. Dit vestingwerk omsluit de binnenstad met prachtige monumenten en historische paden. U kunt hier de smalle straatjes nemen die naar het middelpunt van Dokkum leiden, of uw wandeling afsluiten met een rondje Bolwerken (route 34).

Landschapskarakteristiek
De route voert door het typische weidse Noordoost Friese landschap, waarin de terpen en boerderijen zich als groene eilanden tegen de horizon aftekenen. De naam Ee, afgeleid van het Latijnse aqua, verwijst naar de tijd waarin de terp ontstond in een gebied van zeearmen en kreken op een kwelderwal. Deze kwelderwallen liepen alleen bij zeer hoge vloed onder water en werden dan bedekt met een vruchtbaar laagje slib. Tussen Tibma en Engwierum ligt een brede inversierug, de Fellingen (Fellingwei). Dit is een vroegere wadgeul die is opgevuld met zand. Deze geulen klonken langzamer in dan het omliggende land, waardoor ze op een gegeven moment een rug vormden in het land, dat in de loop der tijd door veenafgravingen voor zoutwinning nog lager te liggen.
Rond Ee vindt u nog het oude verkavelingspatroon, dat de relatie tussen het dorp en het omliggende gebied weerspiegelt. De indeling van de kavels hangt nauw samen met de wijze waarop de straten en huizen in het dorp zijn aangelegd.

Route 6 Anjum – Dokkumer Nieuwe Zijlen loopt van noord naar zuid door Nijlân. InTibma begint route 41 Tibma – Paesens. Vanuit Ee loopt route 17 Kollum – Ee. Tussen Ee en Dokkum kunt u met route 32 Oostrum – Morra naar het noorden wandelen. Route 34 Bolwerk Dokkum leidt u over de prachtig bewaarde vestigingswallen van Dokkum.

pagina 2

terug naar overzicht