Wandelroute 45. Westergeest - Kollumerzwaag

Afstand: 6,2 km
Duur: ± 1,75 uur
Ondergrond: verhard/onverhard?
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan.
Geopend: januari t/m januari
Streekverhalen: open pagina
Kaart: open kaart
Gps: geen gps route beschikbaar
printen: printversie

Begin- en eindpunt
De route start in Westergeest bij de brug over de Nieuwe Zwemmer. Vanaf de brug loopt u in de richting van de kerk. U volgt het kleine paadje langs de kerk en dan linkaf via de Kalkhuswei richting de Kalkhuisbrug over de Stroobossertrekvaart. Over de brug linksaf langs de Trekvaart. Na 500 meter neemt u rechtsaf het Lykpaed richting Triemen.

De route eindigt een zandpad langs het spoor tussen Kollumerzwaag en Zwaagwesteinde. De route sluit aan op route 19. Vanaf Kollumerzwaag/Zandbulten volgt u het spoor in de richting van Zwaagwesteinde. De weg gaat over in een zandpad. Na 500 meter neemt u een zandpad rechtsaf richting Kollumerzwaag. U komt uit naast de kerk, hier gaat u linksaf. In Kollumerzwaag neemt u het fietspad rechtsaf langs de Kollumerzwaagstervaart in de richting van Triemen.

Westergeest
U begint uw wandeling in Westergeest, een dorpje dat in de vroege middeleeuwen is ontstaan. Westergeest werd in noordelijke richting over water ontsloten door de Zwemmer, later door het verbeterde stroomkanaal van de Nieuwe Zwemmer. Aan de zuidzijde is tussen 1654 en 1656 de Stroobosser Trekvaart gegraven. Het dorp ontwikkelde zich langst twee parallelle wegen: de huidige Eelke Meinertswei (genoemd naar de schrijver, dichter, schoolmeester en later boer Eelke Meinerts (1732 – 1810) en de Bumawei. Deze werd tot 1954 Achterwei genoemd, pas later is hij vernoemd naar de vooraanstaande familie Buma. Aan de twee hoofdwegen en wat zijpaden is de bebouwing, waartussen relatief veel boerderijen en woudboerderijtjes, geleidelijk verdicht.

Kerk van Westergeest

De Romaanse dorpskerk van Westergeest is rond 1150 gebouwd. De toren had aanvankelijk een zadeldak en was ongeveer acht meter hoger dan nu. In de 13de deed de toren dienst als vuurtoren. In 1597 vluchtte de laatste pastoor uit Westergeest en ontstond de hervormde gemeente. De kerk werd van al haar uiterlijk vertoon ontdaan. Drie altaren werden afgebroken – zij dienen nu als eerste trede van de trap naar de preekstoel en als drempel bij de deur - beelden werden verwijderd en de muurschilderingen witgekalkt. Wanneer de muurschilderingen worden herontdekt in 1895 is dat landelijk nieuws, omdat het de oudste zijn die tot op dat moment in Nederland zijn gevonden. Toch worden ze weer overgekalkt. Bij een grote renovatie in 1957 is geprobeerd de fragmenten weer zichtbaar te maken.

Duivelse klokken en een oude naam
De kerk heeft het twee keer zonder kerkklok moeten stellen. De eerste klok zou ooit door de duivel zijn meegenomen en in een poel in de Dôle (De Dolle) zijn gegooid. De sage wil dat de klok onder bepaalde omstandigheden nog te horen zou zijn. In 1857 kreeg de kerk een nieuwe kerkklok. Deze werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gestolen. De klok die nu klinkt, is van 1949.

De eenvoudige herenbank in de kerk herinnert aan een oude naam uit Westergeest. De bank was gereserveerd voor de bewoners van het Beintemahuis. Het Beintemahuis komt al in 1543 in geschriften voor. Van de familie die de boerderij toen bewoonde is niet zoveel bekend, behalve dat de laatste Beintema (Eecke Douwes) de plaets in 1671 verkocht. Deze Eecke had een broer Oene, die advocaat was in Dokkum en in de tegenwoordige Hege Pleats (dichtbij het oude Beintemahuis) aan de Beintemawei woonde. De zoon van Oene was lijfarts van de keizer in Wenen. Zijn dochters woonden in Delft. Zij verkochten de boerderij in 1671, waarmee de laatste banden tussen de familie Beintema en Westergeest werden doorgesneden. De boerderij werd verhuurd tot huurboer Douwe Kornelis haar in 1750 wist te kopen. Zijn dochter trouwde met Eelke Meinerts, naar wie de Eelke Meinertswei is vernoemd. In 1786 was de boerderij in bezit van Johannes Meinderts (die de ‘d’ in de naam bracht). Hij was een aanzienlijk man, zo zeer zelf dat hij in 1804 de herenbank in de kerk in handen kreeg. Toen onder Napoleon iedereen een achternaam moest aannemen, koos Johannes voor Beintema. De herenbank bleef, ook nadat de laatste Beintema in 1918 stierf, in gebruik bij de bewoners van de boerderij.

Kalkhuisbrug
De Kalkhuisbrug dankt zijn naam aan het Kalkhuis dat hier stond. Het huis wordt voor het eerst genoemd in 1758. Het was een opstapplek voor passagiers van het beurtschip. De naam voert waarschijnlijk terug op de schelpen die hier werden aangeleverd om er kalk van te maken. De Kalkhúswei (heel vroeger ook Lykwei genoemd) sloot aan op het Lykpaed aan de andere kant van de trekvaart. Over dit pad vervolgt u uw route naar Triemen. Een lykpaed, ofwel lijkweg of doodweg, is een pad tussen plaatsen zonder kerkhof en de dichtstbijzijnde begraafplaats. Het is de weg die werd gebruikt om een dode naar zijn laatste rustplaats te brengen. Daaraan waren doorgaans vele riten en tradities verbonden. Volgens wichelroedelopers zouden de doodwegen gelegen zijn op leylijnen, een rechte lijn die kan worden getrokken door meerdere punten van geografisch belang, zoals archeologische vindplaatsen en oude kerken. Daarom zouden deze wegen kaarsrecht in het landschap liggen. Ook zou dit de bruggen op deze lijnen verklaren. Tegenwoordig zijn deze wegen vaak bochtiger dan ze van oorsprong waren.

De Triemen
De Triemen, dat lange tijd een buurtschap was van Westergeest, werd pas in 1940 een zelfstandig dorp. De streek komt, als trema (zeewering), voor het eerst voor in een oorkonde uit 1467. De Triemen bezit geen kerk, maar kreeg rond 1880 wel als eerste in de wijde omgeving een christelijke nationale school, gesticht door de orthodoxe dominee Joh. Politiek uit Oudwoude. Kinderen uit Oudwoude en Kollumerzwaag kwamen, tot deze dorpen zelf een christelijke school kregen, lopend naar De Triemen. In 1957 kwam er een nieuwe school, dichter bij Westergeest.

Ooit stond in De Triemen het huis Bommelatijer, het zomerhuis van de invloedrijke grietmansfamilie Van Aylva, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de Friese politiek. In 1725 werd het huis gekocht door officier Everhard Wilhelm van Hanecrooth, een legerkapitein uit de Duitse stad Nassau, die in 1747 op mysterieuze wijze in de Oudwouder Zijlriedt verdronk. Op de plaats waar het huis Bommelatijer stond (Triemen 11), staat nu een opgeknapt woudboerderijtje

Kollumerzwaag / Kollumersweach
Kollumerzwaag is in de Middeleeuwen is ontstaan op de noordelijke rand van een keileemrug die in de 11de en 12de eeuw een ontginningsas vormde. In 1443 kwam het dorp Swaech voor het eerst voor in een officiële akte, de naam betekent “weiland”. Na 1543 veranderde de naam in Collumerswaegh. Het toenmalige dorp was erg uitgestrekt en bestond uit Zwagerbosk, Zwaagwesteinde en het westelijk deel van het huidige Kollumerzwaag. Zwagerbosk is na 1880 zelfstandig geworden. Middelpunt van het dorp is de oude dorpskerk die aan een slinger in de Foarwei op een verhoging staat. Kerk en zadeldaktoren dateren uit de 12de eeuw; het koor is in de 15de eeuw vernieuwd en toen zijn nieuwe vensters aangebracht. Tegenover de kerk, op nummer 120, staat het ‘Willems Húske’, dat generaties lang bewoond werd door de klokkenluiders van de kerk.

Volgens het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit het midden van de 19de eeuw, was Kollumerzwaag een arm dorp. Behalve bewoners die met landbouw en het snijden en verkopen van dekriet en het maken van roop of strootouw de kost verdienden, zou het dorp ook veel handelaren tellen in grove Friesche kaas ‘welke zij op wagens veelal met oude afgeleefde paarden bespannen in de provincie Groningen verkoopen, waar zij tevens oude paarden opkoopen of voor kaas inruilen, die in het najaar te Kollumer-Zwaag gedood en gevild worden, waarom de Kollumer-Zwaagsters, in vroegere tijden van vooroordeel, als paardenvillers en roopendraaijers in de minachting waren; de kinderen loopen hier des zomers mees allen barrevoets’.



pagina 1

terug naar overzicht