Wandelroute 14. Buitenpost-Kollum

Afstand: 4,5 km
Duur: ± 1 uur
Ondergrond: 1,5 kilometer van de route loopt over onverharde paden, de overige route gaat over verharde paden en wegen.
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan.
Geopend: januari t/m december
Streekverhalen: open pagina
Kaart: geen kaart beschikbaar
Gps: geen gps route beschikbaar
printen: printversie

Begin- en eindpunt
De route begint vlakbij het station van Buitenpost bij route knooppuntbord 56, over het Paradyske en de Stroobossertrekvaart richting het eindpunt Kollum.

Buitenpost
Buitenpost ligt in het noorden van Achtkarspelen tussen Groningen en Leeuwarden. Die ligging is vanouds van belang geweest voor dit (grens-)dorp. In vroegere tijden heeft Buitenpost veel te lijden gehad van de strijd tussen de Friezen en de Groningers.
De naam Buitenpost verwijst naar buitenste wacht of voetbrug, die destijds post werden genoemd. Langzamerhand vestigden zich er leden van voorname Friese families, rouwborden in de Nederlandse Hervormde Kerk herinneren daaraan. In de 19de eeuw begon Buitenpost voordeel te trekken uit de ligging tussen twee hoofdsteden en werd pleisterplaats voor de postwagens. De paarden verdwenen, nadat in 1886 de spoorlijn tussen Groningen en Leeuwarden werd geopend.

Paradyske
Even buiten Buitenpost ligt een weggetje met de naam Paradyske. Deze naam verwijst naar het paradijshuis dat er moet hebben gestaan. Dit huis was het buitenverblijf van een abt, vermoedelijk die van het klooster in Dokkum waar het klooster De Olijfberg te Veenklooster onder ressorteerde. De bezittingen van dit vrouwenklooster vervielen in 1580 aan de provincie. Met de Plattebrêge steekt u de Stroobossertrekvaart over, richting Kollum.

Kollum

Het eindpunt van deze route ligt in Kollum. Dit dorp is in de vroege Middeleeuwen ontstaan op de rand van een zandplateau. De toen nog kleine nederzetting, Colheim (later Kollumerterp) lag aan de direct met de Lauwerszee in verbinding staande Dwarsried, een brede, natuurlijke stroom. Door deze verbinding was Kollum geschikt als haven voor de uitvoer van boter, kaas en vooral granen. Gedurende de 11de tot 13de eeuw zijn de landerijen bedijkt, werden de omliggende veengronden in cultuur gebracht en kon Kollum zich ontwikkelen tot een centrum. Het werd de hoofdplaats van Kollumerland en in het centrum kwam dan ook een rechthuis.

Kollum bestond in de 15de eeuw uit twee buurten: de Torpmacluft en de Kerkburencluft, deze buurten zijn daarna naar elkaar toegegroeid De 17de en 18de eeuw waren voor Kollum tijden van groei en bloei dankzij handel en scheepvaart. In het midden van de 17de eeuw kwam op kosten van de stad Dokkum de Stroobossertrekvaart tot stand, waardoor Kollum via de korte Kollumer Trekvaart een goede verbinding kreeg met het zuiden. Geleidelijk is Kollum vooral langs de Voorstraat en enkele zijstraten uitgebreid. In de 19de eeuw kwam er in het zuiden ten westen van de trekweg nogal wat bebouwing bij en in de 20ste eeuw en vooral na de oorlog is Kollum sterk uitgebreid, eerst in het zuidwesten en ook aan de andere, oostelijke zijde van de trekvaart, later aan de noordoostelijke zijde en tenslotte in het noorden.



pagina 1

terug naar overzicht