Wandelroute 25. De Triemen - Zwagermieden

Afstand: 3,4 km
Duur: ± 3/4 uur
Ondergrond: De hele route bestaat uit verharde wegen.
Honden: Op openbaar terrein zijn honden toegestaan.
Geopend: januari t/m januari
Streekverhalen: open pagina
Kaart: geen kaart beschikbaar
Gps: geen gps route beschikbaar
printen: printversie

Begin- en eindpunt
Route 25 is een verbinding tussen de routes 24 en 45. De route start op de Miedlaan ten noorden van Zwaagwesteinde bij de brug over de Petsloot ter hoogte van de Zuiveringsinstallatie, knooppunt 29. Via de Miedlaan, de Mieden en de Eastbroeksterwei komt u bij de Kollumerzwaagstervaart knooppunt 31. Hier kunt u route 45 volgen in de richting van Westergeest of Kollumerzwaag.

Van route 45 kunt u overstappen op route 25. Route 25 start westelijk van De Triemen ter hoogte van de Kollumerzwaagstervaart. U volgt de Eastbroeksterwei, de Mieden en de Miedlaan tot de brug over de Petsloot. Bij de Petsloot stapt u over op route 24 richting Broeksterwoude of Zwaagwesteinde.

U begint uw wandeling in De Triemen, dat lange tijd een buurtschap was van Westergeest. Pas in 1940 werd De Triemen een zelfstandig dorp. De streek komt, onder de naam trema (zeewering), voor het eerst voor in een oorkonde uit 1467. De Triemen bezit geen kerk, maar kreeg rond 1880 wel als eerste in de wijde omgeving een christelijke nationale school, gesticht door de orthodoxe dominee Joh. Politiek uit Oudwoude. Kinderen uit Oudwoude en Kollumerzwaag kwamen lopend naar De Triemen, tot deze dorpen zelf een christelijke school kregen. In 1957 kwam er een nieuwe school, dichter bij Westergeest.
Ooit stond in De Triemen het huis Bommelatijer, het zomerhuis van de invloedrijke grietmansfamilie Van Aylva, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de Friese politiek. In 1725 werd het huis gekocht door officier Everhard Wilhelm van Hanecrooth, een legerkapitein uit de Duitse stad Nassau, die in 1747 op mysterieuze wijze in de Oudwouder Zijlriedt verdronk. Op de plaats waar het huis Bommelatijer stond (Triemen 11), staat nu een opgeknapt woudboerderijtje.

       

Cultuurhistorisch sporenboek
U vervolgt uw route door de Zwagermieden. Dit miedenlandschap laat zich lezen als een cultuurhistorisch sporenboek.

Begin van de bewoning
Ongeveer 1000 jaar geleden vestigden de eerste permanente bewoners zich in de miedengebieden van de Noordelijke Wouden. Zij kwamen uit de kleistreek en trokken via de aanwezige veenriviertjes de veenmoerassen binnen. Met sloten en greppels werd de natte veengrond ontwaterd en zo tot bruikbare landbouwgrond gemaakt. In de Zwagermieden vinden we nu nog het spoor van een riviertje dat ergens ten noorden van het huidige Zwaagwesteinde begon en dat oostwaarts tussen Westergeest en Triemen door in noordoostelijke richting afstroomde. Dit riviertje, waarvan de naam onbekend is, is prachtig zichtbaar op de hoogtekaart (zie afb. 2). Maar ook vanaf de Miedwei, een zijweg van de Miedlaan, is het goed te zien. Voor de eerste kolonisten was dit de ontginningsas, vanwaar zij zich steeds verder het veengebied in werkten. Deze pioniers legden de basis voor de huidige indeling van de dorpsgebieden en de verkaveling in lange stroken.


Opschuiving van de bewoning
De dorpskernen liggen nu op de hogere zandruggen, maar dat is niet altijd zo geweest. In deze streek schoven de eerste nederzettingen vanuit de nu lager liggende miedengebieden op naar hogere grond, dus naar de zandruggen. Ditzelfde patroon is teruggevonden in vergelijkbare streken in Nederland en Noord-Duitsland. In de Mieden zijn hier en daar nog sporen van vroegere bewoning vindbaar: oude huisplaatsen en oude kerkhoven. Veldnamen als 'oud hof' en 'oud kerkhof' vormen aanwijzingen voor eerdere bewoning. Dat er op dit lage natte land is gewoond, lijkt nu onwaarschijnlijk. Toch is dat in de periode 1000 tot ruwweg 1400 wel zo geweest.

De laatste 600 jaar
Tegen het einde van de Middeleeuwen was de ontginning in lange stroken voltooid en lagen de dorpen op hun huidige plek. Door inklinking van het veen, en natuurlijk ook door afgraven van de bovenste veenlaag, waren de Mieden toen al flink lager komen te liggen en daarnaar natter geworden. Die stroken werden als hooiland gebruikt. Het betere weiland en het akkerland lagen dicht bij het lint van boerderijen op de zandrug. Onder het hooiland van de Mieden was nog steeds veen aanwezig. Vanwege de behoefte aan brandstof, werd ook dit veen in de 18de en begin 19de eeuw gewonnen. Verlande petgaten, onder andere in de voormalige pingo's, maar ook wijken en kanalen zijn daarvan nog de zichtbare sporen.



De Kleine Zwemmer bij de Miedwei in de Zwagermieden



pagina 1

terug naar overzicht